Posts tonen met het label huh?. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huh?. Alle posts tonen

16 oktober 2025

Alien

’s Morgens smeer ik mijn baguette tradition met gezouten boter, het tweede sneetje met crème de marron. Ik drink een kop koffie en pak mijn rugzak. Met mijn koptelefoon op loop ik naar mijn Franse les. Ik stap door, want ik ben net te laat van huis gegaan. Ik weet de weg. Ik weet waar ik door rood kan lopen. Ik weet de namen van de cafés en waar ze goede koffie hebben.

Tussen de Montpelliérains in de ochtendspits lijk ik heel even één van hen. Maar er is geen twijfel mogelijk. Ik ben een toerist.

29 april 2025

Boven het maaiveld

Het was vrijdagmiddag toen ik Heimweiler binnenreed en het me opviel dat veel inwoners hun gazon aan het maaien waren. De mensen – veelal mannen, veelal met dikke buik – liepen gedwee achter hun maaier aan. Een enkeling zat erop.

Het weekend was zojuist begonnen. Dat was blijkbaar het moment dat men hier maaide.

26 augustus 2020

Het verhaal van vakmannen

Toen de horeca sloot, de scholen dicht gingen en iedereen aan het thuiswerken sloeg, besloten wij te verhuizen. Althans, een verhuisbedrijf deed dat voor ons. Want gezellig een dag in een busje heen en weer rijden met vrienden, dat zat er niet in.

Die keuze maakten we overigens al eerder. De man van het verhuisbedrijf kwam langs in ons oude appartement en keek vrolijk om zich heen. “Geen probleem. Jullie doen alles in dozen, en als het niet in een doos past, dan hoef je er niks mee te doen.”

En zo geschiedde. Binnen een halve dag waren we neergestreken in ons nieuwe huis. Dat bleek bij nader inzien de enige samenwerking met doodnormale vakmannen die verder geen voeten in de aarde had.

21 oktober 2016

De stilte van niets

Na tien minuten op het rode pluche moest ik vaststellen dat de avond anders liep dan ik mij eerder had voorgesteld. Dat kwam niet zozeer door wat er zich op het podium voor mij afspeelde. Daar zat één man met een kapotte gitaar en een indrukwekkende bajan en stond één man in pak met een vrolijke grijns en een kalend hoofd. Als de man met de bajan niet zong of speelde, vertelde de man in pak een verhaal. Dat ging dan over Rusland: van zwerfhonden in de Moskouse metro tot dronken nomaden boven de poolcirkel.

11 maart 2016

Het weerzien

Het was druk op de dansavond, maar niet zo druk als anders. Zo kon het gebeuren dat hij eenvoudig mijn aandacht op zich kon vestigen toen ik langsliep. “Dans je kizomba?”, vroeg hij. Ik schudde mijn hoofd. “Zal ik het je leren? Alleen als je me vertrouwt, hoor!”

22 november 2015

Onderweg

De nacht was nog jong, net als de jongens die die bewuste zaterdag mijn coupégenoten waren. Ik was onderweg naar huis. Zij waren onderweg naar bier en muziek. Ze hadden blikjes Heineken in hun hand en een hete aardappel in hun keel.

19 september 2015

Boterhamzakjes

Die vrijdagavond op de sociëteit is alles nog hetzelfde. De schrale bierlucht bij binnenkomst. En daarvoor al, op de binnenplaats: het lid van de Ordecommissie dat mij maant minder luid te spreken. De aftandse dispuutskleding, vol gaten en vlekken, waarmee jongens met slecht geschoren kinnen zich profileren. Het damestoilet, waar op elke deur hospiteer-A4’tjes hangen. De groepjes vrouwen die zich er terugtrekken, om te zitten, roddelen, overleggen.

Mijn telefoon heb ik niet bij me. “Op de soos wordt niet getelefoneerd, anders wordt je telefoon in de spoelbak gedeponeerd.”

26 juni 2015

Met een dj op een dak

Hij was een student, net als ik. Ik zag het toen ik zijn huis binnenstapte. Het was midden in de nacht, of misschien het begin van de ochtend. Het huis was volgestouwd met zaken waar studentenhuizen vol mee staan. Lege kratten bier. Volle kratten bier. Oude fietsen, oude meubels, oude afwas.

28 mei 2015

Misschien wel Arjen

Toen ik het piramidevormige station uitliep, zag ik hem staan. De jongen van wie ik de naam was vergeten. “Hey Jojanneke”, zei hij. “Hoi”, zei ik terug.

Ik had hem ontmoet op de bruiloft van mijn allereerste vriendje. Hij was een gast van de bruiloft die tegelijkertijd in hetzelfde partycentrum plaatsvond. Toen we rond middernacht met oprotkoffie het pand uit werden gewerkt, stond hij daar ook.

16 februari 2015

Ganzenbord

“Kijk, ik wissel nu mijn kleine fiche in voor de grote. Dat mag, want ze hebben dezelfde kleur.” Ik luister naar mijn achterneefje, die mij de regels van het ganzenbordspel uitlegt. De vorige beurt kwam Wout op een van de vakjes terecht waar hij bij aanvang van het spel een fiche op had gelegd. Nu wisselt hij dat kleine blauwe schijfje in voor een groter exemplaar op een ander vakje. Hij kijkt mij resoluut aan en vervolgt: “Die grote is trouwens veel meer waard, dus nu sta ik voor.”

21 december 2014

Goud, veren en glitters

De man in het restaurant deed me aan mijn vader denken. Hij nieste zo’n zeventien keer achter elkaar, net zoals papa dat soms kan doen. Door het weinig sfeervolle geluid dat hij produceerde keek ik net iets te opvallend zijn kant op – “Ja, sorry, ik kan ook niks doen aan dat niezen” –  waarna de man vervolgde met “Goeie blouse heb je aan, trouwens.”

26 september 2014

De avond met de schrijver

De schrijver en ik zaten in het portiek. Het was drie uur ’s nachts en het was stil op straat. Rotterdam sliep, maar ik was klaarwakker. Ik wachtte op de schrijver, die slapjes tegen de bloembak leunde waar hij even daarvoor nog in had gespuwd.

16 oktober 2013

De jongen zonder schoenen

Leonie zat in de trein, die zondagochtend. Niet ver bij mij vandaan, want ik kon haar goed verstaan. Haar haar was strak achterover gekamd, haar trainingsbroek was ruim en viel over haar gympen. Naast haar zat een jongen met een pet en zonder schoenen. Tegenover haar zat er nog een. Hij had wel schoenen aan. Blauwe Adidasjes.

30 april 2013

Mr. Lamine of het klein pamflet

Het is altijd goed uw toekomst te weten, lees ik op het briefje. En dan: geen leven zonder problemen, geen probleem zonder oplossing.

Het klinkt als een te vaak gebruikte oneliner van een coachingsbureau. Mijn handen spannen zich al samen om het papiertje te verfrommelen, maar dan valt mijn oog op de onderste zin: a.u.b. niet op de grond gooien.

Goed dan. Omdat het verzoek zo beleefd geformuleerd is. Ik klap de brievenbus dicht waar ik dit blaadje zojuist in vond en geef het pamflet een tweede kans.


Hij heet Mr. Lamine. Hij is professioneel maraboe en helderziende medium. Op dit punt zou ik normaal gesproken nogmaals afhaken. De combinatie van een onbekende term, een misplaatste buigings-e en het woord helderziend in één zin is te veel. Maar vandaag is een speciale dag. Ik zet door. Het is tijd voor een heldere ontleding van Mr. Lamines boodschap.

Google zegt dat de maraboe een Afrikaanse ooievaar is. Een vreemdsoortige vogel met een lange snavel, ook wel Leptoptilos crumeniferus genoemd. Mister Maraboe, daarentegen, is een personage uit De Fabeltjeskrant. Ik stel me Mr. Lamine nu voor als een donkergekleurde man met een heel grote neus en heel lange benen. Die in elk vrij moment een aanleiding ziet om de openingstune van De Fabeltjeskrant te neuriën.

Dat had Mr. Lamine vast niet voor ogen met het uitdelen van dit briefje. Gelukkig heeft hij wel ‘voor al uw moelijke problemen een oplossing.’ Dat is fijn, ondanks de spelfout. Het medium noemt treffende voorbeelden: voodoo ziekte (?), werk terugkeer van uw geliefde (?), geestenziekte (niet te verwarren met geestesziekte – of toch wel), en alle andere problemen.

Dat is nogal wat, beste heer Lamine. En dan beloof je ook nog resultaat binnen één week? Ik kom langs.

Voor mijn bezoekplannen is het handig dat de professionele maraboe zijn bezoekadres op het blaadje heeft gezet. Ook daar zien we zijn Afrikaanse roots in terug. In Nederland kennen we adressen van het type straatnaam-huisnummer-postcode-plaatsnaam. Mr. Lamine is wat praktischer ingesteld. Geen straatnaam en huisnummer, en al helemaal geen plaatsnaam. Gewoon bij Centraal Station tram 21 of 23 richting Marconiplein pakken en uitstappen bij de halte Mathenesserplein.

En zie daar nou maar geen probleem in. Want er is geen probleem zonder oplossing. 

13 december 2012

Laat hem in die waan

De salsa dansende Italiaan wilde met me schaken. Maar zoals je werk en privé gescheiden moet houden, zo leek ook een scheiding der hobby’s mij een beter plan.

Het aantal misverstanden dat zich op dat moment al tussen ons had gevormd was bovendien van dien aard dat elke vorm van communicatie ongemakkelijk werd. Dus dansten we maar door.

3 december 2011

Slopen

Mijn vader is de badkamer aan het slopen. Het klinkt ongeveer zo: boinkboinkboink keboem bom bom BOINK twrrrrr twrrrrrrrrrr fwop fwop fwop bwam. De badkuip staat nu buiten. De tegelvloer ligt aan diggelen. De radiator is verdwenen.
 

9 september 2011

De bibliotheek

Hij keek niet op toen ik het kantoor binnenliep, dat een halve eeuw oud oogde. Het stoffige tapijt paste goed bij de stoffige gordijnen, die op hun beurt weer matchten met het jasje van de man die nu langzaam zijn hoofd ophief.
Een paar vragende ogen keek me aan. Hij kreeg eenzelfde blik terug. “Hallo…”, begon ik. Nog steeds die vragende ogen, die zich verscholen achter een jaren zestig-montuur. “Ik ben op zoek naar een paar artikelen en die schijnen hier te liggen”, meldde ik. Hij keek even op zijn bureau en in het rond, en maar zei niets. Zijn vragende blik maakte plaats voor verwarring. Of misschien was het dat sinds mijn binnenkomst al geweest.

“O, eh, ja”, klonk het plotseling. Hij keek nog steeds wat om zich heen. Ik ook, in afwachting van een antwoord dat mij verder zou helpen in mijn zoektocht naar de huidige verblijfplaats van de benodigde artikelen. Links zag ik een kleine bibliotheek. Tien kasten waren het ongeveer, die door middel van een rij ramen en een houten deur gescheiden werden van het kantoor waar ik nu stond. Rechts was een ander kantoor. Voor mij zat de man met het jasje en de bril achter zijn bureau. Hopen papier hadden zich opgehoopt op de tafels die zijn werkplek afbakenden met de plek waar bezoekers zich dienden te melden.

Ik hield een papier omhoog. “Het gaat om drie artikelen. Van Edwards, Grootendorst en Zarefsky”, vertelde ik. Hij stond op; zijn rommelige, grijze haar danste op zijn hoofd door de plotselinge beweging. De man liep om de stapels en tafels heen en keek mee op mijn lijst. Zijn wenkbrauwen gingen omhoog, hij knikte langzaam.

“Die ken ik niet, eigenlijk. Waar is dat van? Een onbekend gezicht ook hier, de meeste mensen ken ik wel maar jou heb ik nog nooit gezien. Ja, ik heb hier een hoop artikelen en boeken hoor. Zie je, overal hier. Ik sorteer ze graag, dat is wat ik het liefste doe. Een beetje ordenen. Ben er nog niet helemaal aan toegekomen. Maar ik denk dat ze hier ergens moeten liggen, in zo’n map. Dat maken ze dan voor die vakken, hè, die docenten. Kijk: hier, en hier. Van welk vak is het? Aha, dan moet je denk ik daar zoeken, of nee, o, die map is weg. Ik zag net nog iemand ermee lopen. Maar, o – ik weet niet of ze ook nog ergens anders liggen. Hé, die artikelen komen uit een boek, dat ligt ook in de UB volgens mij. Heb je daar al gekeken? Nou, maar dat meisje zal vast zo terugzijn, ik was net even aan het praten met mijn collega toen ze die map meenam. Normaal spreken we dan af wanneer je het weer terugbrengt. Even kijken op de aftekenlijst… volgens mij heet ze Machteld, of nee: Suus. Ja, bekende gezichten hoor. Die meisjes studeren hier dan al een paar jaar. Zal ik haar even bellen anders? Of een mailtje sturen? Ik ken ze goed, ja. Als bibliotheekmedewerker zie je alles langskomen natuurlijk. Je kan ook straks nog even terugkomen. Ja, ik weet niet precies hoe laat Suus die artikelen terugbrengt, ze was net weggelopen met die artikelen toen ik uitgepraat was, met die collega dus… Misschien over een uur? Of drie kwartier? Ja, dat verschilt hoor. Soms zijn ze na vijf minuten weer terug. Maar drie kwartier, ja, dat gaat vast ook wel lukken. Over drie kwartier denk ik. Of langer, maar meestal korter hoor. Ongeveer.”

Ik knikte, keek hem door het hoornen montuur aan, antwoordde “Bedankt” en liep het kantoor uit.

8 juni 2011

To broadcast or not to broadcast

Hemelvaart. Behalve het feit dat bijna niemand tegenwoordig meer weet wat er op die dag gevierd dan wel herdacht dient te worden, weet de publieke omroep ook niet meer zo goed wat er op die dag uitgezonden moet worden.
 

4 februari 2011

Kostenpost

Kaartjes sturen is een mooi fenomeen. Je kunt er mensen op een eenvoudige manier blij mee maken, zeker in deze tijd van e-mail, ping, WhatsApp, sms en meer van dat soort veel te moderne communicatiemiddelen.

Bovendien bestaan er mensen die ook blij worden van het versturen van zo’n stukje papier. Helaas behoor ik tot die categorie. Helaas, want bij frequente uitoefening is het een dure hobby. Fabrikanten zijn van mening dat ze gerust drie euro kunnen vragen voor een bedrukt stuk papier met envelop. TNT is van mening dat het gerust 46 cent kan vragen voor de bezorging van de papieren boodschap.

Toch vraag ik me af waar die 46 cent nou naartoe gaat. Want er zijn een paar dingen aan de postbezorging in Nederland die ik niet begrijp.

Denkend aan een willekeurig uitzendbureau in een al even willekeurige stad zie ik de naast elkaar geplakte A4’tjes al hangen: ‘Postbezorgers gezocht’. En dat in tijden waarin er 11.000 ontslagen vallen bij TNT. Ja, als je zoveel mensen ontslaat snap ik wel dat je vervolgens weer nieuwe werknemers zoekt.

Toch wordt mijn post nog steeds (of: weer) netjes bezorgd. Heel netjes. Drie-keer-per-dag-netjes. Gisteren haalde ik om twaalf uur de post uit mijn brievenbus. Om drie uur ging ik naar college en keek ik opnieuw even in de bus. Ik verwachtte een pakketje en onder het motto ‘je weet maar nooit’ lichtte ik het klepje van de brievenbus nogmaals op. Jawel: er lag een nieuwe lading post in, inclusief pakketje. Ik liet het liggen en zou het na college mee naar binnen nemen.

Half zes: na twee uur zwoegen tijdens mijn eerste, laatste en enige college van de week kwam ik thuis. Bij het openen van de brievenbus zag ik mijn pakketje niet meer liggen. Het was bedolven onder een nieuwe lading post.

Lief kabinet, ik snap dat privatisering voor marktwerking zorgt. Maar drie mannetjes die allemaal langs mijn huis moeten lopen om allemaal een andere brief in mijn brievenbus te stoppen, dat kan toch nooit de bedoeling zijn?

Geef mij maar gewoon die oude, vertrouwde postbode die iedereen kent. Die zijn werk al dertig jaar doet en met iedereen een praatje maakt. Mijn postbezorgers zijn gemiddeld jonger dan ik ben en hebben standaard oordoppen in hun horen. En denken dat ze uitgeprinte e-mails bezorgen van kantoren waar het internet plat ligt.

Ach ja. Met die 46 cent sponsor ik ze graag.