16 februari 2015

Ganzenbord

“Kijk, ik wissel nu mijn kleine fiche in voor de grote. Dat mag, want ze hebben dezelfde kleur.” Ik luister naar mijn achterneefje, die mij de regels van het ganzenbordspel uitlegt. De vorige beurt kwam Wout op een van de vakjes terecht waar hij bij aanvang van het spel een fiche op had gelegd. Nu wisselt hij dat kleine blauwe schijfje in voor een groter exemplaar op een ander vakje. Hij kijkt mij resoluut aan en vervolgt: “Die grote is trouwens veel meer waard, dus nu sta ik voor.”

30 januari 2015

Op de schoolreisjesstoel

Als allerlaatste stapte ik de bus in. De man met de mobiele luidspreker over zijn schouder en de microfoon in zijn hand had me na uitvoerig telwerk toch nog naar binnen gelaten. En hij had goed geteld. Er was nog precies één plekje vrij: de schoolreisjesstoel, de middelste op de achterbank. De plek waar vroeger de coolste klasgenoten achterom gedraaid hun tong uitstaken naar willekeurige voorbijgangers. Nu mocht ik er zitten.

Even daarvoor had ik me op weinig sympathieke wijze tot vlak voor de ingang van de bus gemanoeuvreerd. Een plekje bemachtigen in vervangend vervoer van de NS staat gelijk aan een mini-oorlog. Vuile tactieken worden volop toegepast: de zware aktetas als subtiel pressiemiddel, of de vooruitgestoken voet, waarmee een plek enkele centimeters verderop in de rij geconfisqueerd kan worden.

12 januari 2015

Scheefwonen

Ik ben mijn huis aan het verbouwen. Het duurt nu zo’n zes maanden en het is een gebed zonder end. Maar bidden kan soms best leuk zijn.

Ik voel inmiddels een innige band met het huis. Ik ken haar sterke kanten, haar zwakheden. Ze is 56 jaar jong, houdt niet van waterpas, wel van asbest.

Ingehuurde klussers klagen steevast over mijn huis. “De muren zijn scheef”, zei de stukadoor. “Dat klopt,” zei ik, “maar daar kan jij vast wat aan doen.” Hij zuchtte en ging aan het werk.

21 december 2014

Goud, veren en glitters

De man in het restaurant deed me aan mijn vader denken. Hij nieste zo’n zeventien keer achter elkaar, net zoals papa dat soms kan doen. Door het weinig sfeervolle geluid dat hij produceerde keek ik net iets te opvallend zijn kant op – “Ja, sorry, ik kan ook niks doen aan dat niezen” –  waarna de man vervolgde met “Goeie blouse heb je aan, trouwens.”

9 november 2014

'Je moet gaan zuipen vanavond'

Ik gaf de dokter geen hand. In plaats daarvan knikte ik naar beneden, waar mijn rechterarm als een zoutzak aan mijn romp hing. “Kom maar verder”, zei ze.

Nu ik mijzelf niet had voorgesteld, liet ook de dokter niets los over haar identiteit. In mijn hoofd noemde ik haar Carola. Dokter Carola. Ik liep achter haar dikke billen aan naar de behandelkamer, ging zitten en legde mijn hand op tafel. Nu mocht ik vast vertellen wat er aan de hand was.

4 oktober 2014

Drie dates

Een paar weken voor ik de schrijver ontmoette, zag ik de kunstenaar opnieuw. Dat kwam zo: ik ontdekte zijn berichtje in het mapje ‘Overige’ op Facebook. Dat had ik, op zijn beurt, ontdekt doordat Ernst-Jan Pfauth onlangs over dit fenomeen schreef als “de flessenpost van deze tijd”. Ik werd plotseling overladen door een reeks berichten waarvan ik het bestaan nooit had durven vermoeden.

26 september 2014

De avond met de schrijver

De schrijver en ik zaten in het portiek. Het was drie uur ’s nachts en het was stil op straat. Rotterdam sliep, maar ik was klaarwakker. Ik wachtte op de schrijver, die slapjes tegen de bloembak leunde waar hij even daarvoor nog in had gespuwd.